Laatst was ik na afloop van een lezing wat langer blijven napraten. Met een wijntje in de hand nam ik de gelegenheid te baat om de uiteenlopende ondernemers de vraag voor te leggen: “Is duur-zaamheid een trend of een hype?” Het antwoord was eensluidend: “Mevrouw Cramer: ondernemers hoeven niet meer overtuigd te worden van de noodzaak van duurzaamheid. Dat zit wel tussen de oren. Onze uitdaging is om duurzaamheid handen en voeten te geven in ons bedrijf en er ook economisch voordeel uit te halen”.
Deze reactie spoorde geheel met de ervaringen die ik zelf had tijdens mijn ministerschap en daarvoor als consultant in het bedrijfsleven. Zeker de laatste vijf jaar is in de maatschappij het besef breder door gedrongen dat we maar één aarde hebben. Groei van de wereldbevolking en van de welvaart, zeker in opkomende economieën, leiden onherroepelijk tot toenemend gebruik van grondstoffen en energie, en dito meer vervuiling. Aanpassing van onze wijze van produceren en consumeren is daarom nodig. En dat kan best. Als we dat met zijn allen willen.
Daar zit nu juist de kneep. Elke verandering roept weerstand op. Bestaande belangen remmen vooruitgang. Men weet wat men heeft en weet niet wat ervoor in de plaats komt. Zolang het gaat om veranderingen die direct positief uitpakken voor de economie en onze portemonnee, is het maatschappelijk draagvlak groot. Maar vaak moeten we eerst investeren en innoveren, voordat duurzaamheid winst oplevert. Individueel gaat een bedrijf of een burger zo’n avontuur meestal niet aan. Bedrijven willen voldoende zekerheid dat duurzaamheid loont. En de gemiddelde burger wil pas handelen, als zijn buren het ook doen. Ditzelfde geldt voor de politiek. Die reageert op wat zijn kiezers vinden.
De manier om dit te doorbreken, is door duurzaamheid collectief aan te pakken. Neem een willekeurige wijk in Nederland. Met gemak kan hier 30% energie bespaard worden en duurzame energie toegepast worden. Maar dan moet het wel samen gebeuren. Met corporaties, particulieren, de gemeente en het bedrijfsleven. Huurders moeten de garantie krijgen dat hun woonlasten niet stijgen, huiseigenaren moeten het voordeel zien, energie- en installatiebedrijven moeten scherp gehouden worden op hun prijs en gemeenten zullen met die bedrijven afspraken moeten maken over de inzet van langdurig werklozen, bij voorkeur uit die wijk. En als een bank bereid is voor te financieren, dan is de cirkel rond. Het is tijd om zulke ‘proeftuinen’ van vernieuwing op te zetten. Als die succesvol zijn, durft de politiek ook standvastiger de afslag naar een duurzame economie te nemen.